Reactie Roland ten Klooster 'Bioplastic: Feiten en meningen'

Columns | 1050 keer bekeken
Reactie Roland ten Klooster 'Bioplastic: Feiten en meningen'

Er is commotie ontstaan over de blog die ik geschreven heb over bioplastics: meningen en feiten. De blog heb ik geschreven vanuit een bepaald cynisme dat gebaseerd is op ervaringen in het laatste half jaar bij bedrijven die verpakken. Kennelijk is dat niet door iedereen opgepakt. Wellicht zijn mijn formuleringen te onduidelijk geweest. Het is niet mijn bedoeling bioplastics als negatief neer te zetten, het is mijn bedoeling de communicatie erover in de markt weer te geven. Dit schaadt mijns inziens namelijk ook de wereld van bioplastics. Bewust heb ik daarom de taal gebruikt zoals ik deze in de praktijk tegenkom. En dat had ik duidelijker kunnen weergeven.

Ik heb twee functies, de ene is wetenschappelijk waar het om feiten gaat en de ander is commercieel waar naast feiten ook andere belangen kunnen spelen. Het laatste half jaar ben ik bij bedrijven geweest voor het oplossen van problemen en het meedenken over nieuwe verpakkingen waar door deze bedrijven ontwerpkeuzes gemaakt zijn om met bioplastics te werken. In beide gevallen worden de materialen zo genoemd en daarom heb ik dat ook bewust gedaan in mijn blog om weer te geven hoe de praktijk ermee omgaat. Na doorvragen wat ze bedoelen bleek dat het in het ene geval over biologisch afbreekbaar en (deels) biobased gaat (maar dat wisten ze niet), in het andere geval over biobased. In beide gevallen wordt naar buiten gecommuniceerd dat er milieuwinst bereikt wordt door de materiaalkeuze (o.a. via hun eigen website).

Het biologisch afbreekbare materiaal blijkt een tweezijdig gecoat celluloseacetaat te zijn. De coating wordt niet gespecificeerd op het specificatieblad van de fabrikant. Op een losse bijlage wordt vermeld dat ‘chlorines’ natuurelementen zijn. De coating blijkt PVdC te zijn. In Duitsland moest een aantal bedrijven het laatste jaar stoppen met het gebruik van PVdC vanwege de schadelijke dampen die ontstaan bij het sealen. Bij het bedrijf wat dit materiaal verwerkt is dit allemaal niet bekend. Ik heb ze het daarom wel vermeld want dan kunnen ze zelf de afweging maken en/of maatregelen nemen, dat lijkt mij in zo’n geval wel mijn taak. De gezondheid van de medewerkers is in het geding en dan niets zeggen?

De celluloseacetaat blijkt 54 g/m2 te zijn. Het gaat om een transparante folie. Een tweezijdig acryl gecoate BOPP van 18 g/m2 doet functioneel hetzelfde (ook een barrière tegen minerale oliën want het gaat in een vouwdoosje). Op de website van het bedrijf staat dat het biologisch afbreekbaar is en dat ze nog groener willen worden en hieraan blijven werken.

Bij een ander bedrijf wordt een biobased materiaal ingezet om de CO2-uitstoot te verlagen (“we zitten nu op 80%, een revolutie”, werd mij medegedeeld) en krijg ik later een studie in te zien waaruit blijkt dat de CO2-uitstoot meerdere malen hoger is dan het originele materiaal. Aan het biobased materiaal wordt synthetische kunststof toegevoegd wat niet bekend was bij het bedrijf en ook hier moet het gramsgewicht omhoog om aan de functionaliteiten te kunnen voldoen.

Als wetenschapper moet ik open zijn, publiceren, feiten ter discussie stellen. Als in het bedrijfsleven studies ongunstig uitvallen, dan worden ze niet gepubliceerd, ik maak het regelmatig mee. Ik denk dat ik als hoogleraar best mag zeggen wat ik in de markt zie en dit ter discussie stellen. En ik heb de hoop dat bedrijven waar dit plaatsvindt zelf besluiten dit kenbaar te maken.

Deze zaken (er zijn er overigens meer maar daar was ik alleen zijdelings bij betrokken) heeft bij mij veel vragen opgeroepen en heeft tevens een stuk cynisme veroorzaakt. De markt (verkopende partijen van bioplastics) trekt zich in een aantal gevallen niets aan van de feiten en het lijkt erop dat op voorhand al niet verteld wordt wat het materiaal is. Als het om geld verdienen gaat, prima, maar het gaat nu wel om iets meer, lijkt mij.

Volgens Eco-invent 3.3 Dataset documentation komt PLA uit op 3.183 kg CO2-Eq. Polyolefinen (PE, PP) zitten tussen 1.98 en 2.1. Van de polyolefinen zijn veel bronnen, van PLA is er maar één bron en die is niet openbaar. De data zijn aangereikt door het enige producerende bedrijf. PLA produceren kost meer energie dan 70% van de in gebruik zijnde kunststoffen als verpakkingen.

Over de norm van biologisch afbreekbaar het volgende. Er is een norm en bij gebruik van de vermelde omstandigheden breken biologisch afbreekbare materialen af. Echter, twee maal is er een manager van een afvalverwerker naar Enschede gereden om mij te vragen of ik een eind kon maken aan het gebruik van PLA. Het materiaal breekt niet af in het composteringsproces dat zij gebruiken (temperatuur was lager en de tijd was korter en ze wilden niet bijstoken) en moest alsnog uit de compost gehaald worden waarna het verbrand werd. Dat bracht kosten met zich mee. Ik heb hem erop gewezen dat in de Essentiële Eisen (94/62 EC) staat dat een biologisch afbreekbaar materiaal bestaande processen niet mag hinderen. Kennelijk is bij het opstellen van de norm iets misgegaan want er wordt gesteld dat deze wel op de praktijk is afgestemd maar dat was een aantal jaren geleden in ieder geval niet zo.

Ons onderzoek op Universiteit Twente richt zich op ontwerpen van verpakkingen en het maken van keuzes. Informatie is een belangrijk element in de actorennetwerken die wij van bepaalde materialen gemaakt hebben. Veel bedrijven weten wat kritisch is voor kosten- en milieuanalyses en hebben de neiging om over deze aspecten niet open te zijn. Dat geldt voor alle materialen. Maar hoe moet ik een ontwerper leren goede keuzes te maken als niet alle gegevens van een materiaal bekend zijn?

Ik heb een aantal aspecten aangestipt die ik in de praktijk ben tegengekomen over bioplastics omdat ik vind dat hier naar gekeken moet worden en daar heb ik de blog voor gebruikt. Dat heb ik ook gedaan over additieven in kunststoffen, BPA in coatings van blikken en over papier/karton (overigens, dat moet gezegd worden, zonder het cynisme). De blog was bedoeld om reactie uit te lokken en discussie op gang te krijgen, dat is gelukt. Hopelijk leidt dit tot meer.

We weten dat als we naar een circulaire economie willen, er heel veel moet gebeuren. Ik heb de rapporten van de UNEP en de Ellen McArthur Foundation genoemd. Ik denk dat de weg die geschetst wordt in het laatst genoemde rapport, het herontwerpen van de hele kunststof keten, nieuwe polymeren, minder of geen additieven, een goede is. En dat geldt ook voor de wereld van bioplastics. Die keten kan veel beter. Dat wordt ook bevestigd in de Joint Positioning Paper: Bioplastic in a Circular Economy (European Environmental Bureau, Friends of the Earth Europe, Surfrider Foundation Europe, and Zero Waste Europe, januari 2017 die ik vandaag pas zag). Zij stellen: “any developments on bioplastics must be closely scrutinised, and not provide a smokescreen to continue ‘business as usual’ models of production and consumption.”

Roland ten Klooster

Aanmelden nieuwsbrief

Alles wat je zoekt, verpakt op één platform!
Meld jezelf aan voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, innovaties, trends en ontwikkelingen uit de branche.

Deel dit artikel

Reacties (5)

Reageren
  • 13.04.2017 - 11:33 uur | Luc De Rooms

    Fantastisch. Scherp, helder én begrijpbaar. Vooral dat laatste is een zeldzaamheid in de mist van plastics.

    Graag contact! Wij (Stad Antwerpen) starten in september met een project waarbij we graag dit soort zaken ook willen duiden. Zou u daaraan kunnen meewerken? Ik denk aan een academische zitting bij de lancering van het project.

  • Holland Bioplastics
    27.02.2017 - 13:38 uur | Holland Bioplastics

    Met toenemende verbazing hebben we wederom kennis genomen van een nieuw stuk betreffende bioplastics. Holland Bioplastics hecht er waarde aan om open en zorgvuldig te communiceren. Het moet duidelijk zijn dat de achterban van Holland Bioplastics namelijk alle belang heeft bij eenduidige en controleerbare weergave van informatie. Ongefundeerde meningen of slechts gedeeltelijk correcte informatie zijn niet in het belang van de marktontwikkeling van bioplastics, maar vormen aan de andere kant ook geen basis voor een zuivere wetenschappelijke discussie.

    Holland Bioplastics betreurt het cynisme van Prof. Roland ten Klooster tot nu toe. Verwarring bij wetenschappers, consumenten, inkopers, beleidsmakers, afvalverwerkers en andere stakeholders is in niemands belang.

    Holland Bioplastics wil Prof. Roland ten Klooster uitnodigen voor een open en directe dialoog. Een van de doelstellingen van dit gesprek zal zijn om ontstane misverstanden en onduidelijkheden uit de weg te nemen. Holland Bioplastics heeft er alle vertrouwen in dat dit voorstel bij kan dragen aan het scheppen van duidelijkheid en het voorkomen van verwarring.

    Met vriendeljke groet, Holland Bioplastics

  • Loek van Driel
    25.02.2017 - 13:35 uur | Loek van Driel

    Perceptie en begripsverwarring vieren hoogtij bij "biobased" verpakkingsmaterialen. Ook worden vele ideen de grond in geboord door te beginnen met te vragen wat het kost.....

  • Dit is een reactie van de schrijver
    24.02.2017 - 10:47 uur | Roland ten Klooster

    De Ecoinvent database is een van de meest respecteerde databases met materiaalgegevens ter wereld. De database wordt gebruikt in veel gebruikte LCA software pakketten zoals Simapro en Gabi. In de milieuvakken op de universiteit wordt studenten geleerd hiermee om te gaan. Op basis van een ontwerp wordt functioneel de hoeveelheid materiaal bepaald (op basis van noodzakelijke barriëres, sterkte etc.), gegevens van de keten worden ingevoerd en de software doet het rekenwerk. De Ecoinvent database wordt beheerd door een Zwitsers instituut en er zijn meerdere Zwitserse instituten bij aangesloten, waaronder een agro-instituut.

    Ik heb wat energie gestoken in het uitzoeken van de getallen van PLA die in de Eco-invent database staan. De data van PLA zijn inderdaad afkomstig uit 2005. Het komt vaker voor dat data meer dan tien jaar oud is en dat heeft te maken met het feit dat een procesinstallatie wordt gebouwd of een machine wordt gekocht die jarenlang mee gaat. Denk aan papiermachines, staalwalsen, krakers, verpakkingslijnen etc. Dat zal ook gelden voor de productieapparatuur van een PLA producent. Bij het vervangen van een installatie die dan vaak verouderd is wordt meestal veel milieuwinst gehaald omdat de nieuwe machine efficiënter is. In de tussenperiodes betreft het vaak efficiëntie verbeteringen (hogere yield, inzet van minder of van andere energie) maar die winst is vaak beperkt en wordt soms achterhaald door het invoegen van nieuwe functionaliteiten die weer meer energie kosten.
    Voor de cijfers van PLA is de vraag of het bedrijf dat PLA produceert nieuwe cijfers heeft aangeleverd in de tussentijd of dat deze wellicht niet geaccepteerd zijn door de database beheerders. De verantwoordelijkheid ligt bij de producent van het materiaal en niet bij de database beheerders. Er wordt openheid gevraagd over de cijfers en als deze niet geboden wordt, dan worden de cijfers niet vertrouwd. En daarom ben ik soms gedwongen data te gebruiken uit 2005.

    Een klacht van de database beheerders is dat de proceskant van de ‘agro’-materialen niet altijd inzichtelijk is. Het gaat om het verkrijgen van inzicht in hoeveel energie gebruikt wordt om van de grondstof naar het materiaal te gaan en waar die energie vandaan komt, hoeveel input, hoeveel afval er ontstaat, wat voor emissies, etc. De landbouwkant van de agro-materialen is wel bekend. Bij de kunststof industrie was die openheid in eerste instantie ook niet aanwezig maar nu wordt openlijk gediscussieerd over de cijfers. En dat is de enige manier om verbeteringen te kunnen bereiken.

    Een wetenschapper kan een peer reviewed artikel hebben gepubliceerd over een materiaalonderzoek waar conclusies uit komen die als waar beschouwd worden. Het kan gebeuren dat de wetenschapper input krijgt bij het onderzoek die hij niet kan controleren, bijvoorbeeld dat de energie voor 30% uit zonne-energie bestaat. De database mensen gaan niet akkoord met een dergelijke input zonder bewijs hiervoor en dat zijn gewoon meterstanden, afrekening van energiebedrijven, facturen van bedrijven die afval zijn komen halen etc. Dat is de reden dat dergelijke databases gerespecteerd worden. Van wetenschappelijke artikelen is niet altijd bekend hoe betrouwbaar de input was.

    Naar aanleiding van deze discussie heb ik van PLA van meerdere kanten cijfers gekregen. Er wordt gezegd dat in het verleden bepaalde zaken waren weggelaten in de opgaven van de PLA producent (zoals de emissie van lachgas). De PLA producent had opgenomen dat de energie die ingekocht werd voor een bepaald percentage uit windenergie bestond en daar werd aan getwijfeld door de database mensen; oftewel de cijfers in de database waren te laag.
    Van de andere kant krijg ik berichten dat de data aan de hoge kant zijn omdat er efficiëntie slagen gemaakt zijn, en dat er andere energiebronnen worden ingezet.
    De wijze van toerekening van opname van CO2 is ook gewijzigd en verfijnd. Daarover lijkt ook nog geen volledige duidelijkheid te bestaan hoe dit het beste uitgevoerd moet worden. Daarbij schijnt kortstondige opslag van CO2 een discussiepunt te zijn, maar daar mogen de milieukundigen over discussiëren. Uiteindelijk komt dit in de software.

    Vanwege al deze aspecten vertrouwen wij als ingenieurs de databases, niet alle berichten erom heen.

    Oftewel, ‘bioplastic’ industrie, de verantwoordelijkheid voor betrouwbare cijfers ligt bij jullie, niet bij mij. Het lijkt mij een grote kans. Zorg ervoor dat de cijfers in Eco-invent (en in andere databases) geaccepteerd worden.

    Op weg naar professioneel verpakken.

  • Erwin Vink
    22.02.2017 - 11:40 uur | Erwin Vink

    Hoogleraar gelooft meer in fossiele plastics dan in plastics gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen.

    Als Organisatie vinden we het jammer dat deze reactie nodig is, maar omdat ook dit stuk weer zo ongenuanceerd is kunnen we niet anders dan nogmaals te reageren. In feite is het stuk zo zwak dat het eigenlijk geen reactie verdient.

    We hadden gehoopt op een wat meer genuanceerde reactie van deze hoogleraar (?) door niet meer te concentreren op allerlei detailtjes, maar bioplastics in een wat bredere context te plaatsen. Het is slechts meer van hetzelfde. Als je feiten zo belangrijk vind dat moet je bij de feiten blijven en er geen cynisch verhaal van maken.

    Het is duidelijk dat hij niets op heeft met Bioplastics en dat hij er moeite mee heeft om zaken in perspectief te plaatsen. Het stuk is eigenlijk alleen een opsomming van vage, negatieve ervaringen met Bioplastics. Een paar voorbeelden:

    - Hij blijft celluloseacetaat gebruiken om bioplastics in een negatief daglicht te plaatsen. Waarom wordt er geen aandacht besteed aan de nieuwe generatie bioplastics zoals bio-PE, bio-PET, PLA, PEF, PHA’s en op zetmeel gebaseerde blends?
    - Een vaag verhaal over hoge CO2 uitstoot, waarin alle onderbouwing ontbreekt. Hij blijft maar refereren naar bedrijven en studies zonder enige referentie (is dit de norm in Twente? – cynisch bedoelt uiteraard). Hij stelt in zijn stuk dat hij open moet zijn, maar dat is hij helemaal niet. Ook dit is weer zo’n vaag verhaal zonder enige nuance en onderbouwing (‘een studie’, ‘een bedrijf’, ‘een manager’).
    - Hij beschuldigt bioplastic bedrijven ervan dat ze ongunstig uitvallende studies achterhouden en dat ze niet de volledige compositie geven van materialen. Dit is tevens ook een erg naïeve constatering. Ik denk niet dat bedrijven die fossiele plastics produceren altijd alle details op tafel leggen.
    - Een andere voorbeeld dat hij alleen op zoek gaat naar negatieve detailtje is de paragraaf waarin hij refereert naar de Eco-invent 3.3. data. Een paar opmerkingen:
    1. Hij “vergeet” erbij te vertellen dat PLA tijdens de productiefase 1.83 kg CO2 uit de lucht opneemt. Dus van wieg tot polymeer is het getal: 3.183 – 1.83 = 1.35 kg CO2 eq.
    2. Hij refereert naar data uit 2005. Hij “vergeet” te vermelden dat er veel recentere cijfers zijn.
    3. Ook met de bronnen slaat hij de plant weer mis. Voor de polyolefinen zijn er inderdaad vele bronnen, echter geen enkele is openbaar. Ze ‘verschuilen’ zich allen achter industrie gemiddelden. Voor PLA zijn er twee bronnen (van NatureWorks en Corbion), die beide openbaar zijn. Literatuuronderzoek is vrij eenvoudig tegenwoordig.
    4. PLA produceren kost momenteel wel meer energie, maar er wordt in totaal minder fossiele energie gebruikt en het totaal is wat telt. Er wordt namelijk geen fossiele energie gebruikt voor het bouwen van het polymeer zelf. Verder heeft PLA productie heeft nog vele jaren van optimalisatie tegoed. Voor de meeste fossiele polymeren zijn de afgelopen 50 jaar al geoptimaliseerd.

    - Ook de aanval op de norm is weinig onderbouwd. Weer wordt gesproken over “een manager” van een “afvalverwerker”; hiermee zou je zelfs in een roddelblad niet mee wegkomen. De EN13432 is een geharmoniseerde Europese norm die in tal van regelgeving is opgenomen.

    Geen enkel positief voorbeeld dus. De vraag blijft wel waarom zo’n persoon zo negatief schrijft over bioplastics, terwijl de grote problemen toch bij de fossiele plastics liggen (worden nauwelijks gerecycleerd, plastic soep, gebruik fossiele grondstoffen, problemen met specifieke monomeren, etc.). Toch jammer, een hoogleraar met een dubbele agenda.

    Van een hoogleraar mag je toch verwachten dat hij zaken in een context plaats en zichzelf een paar kritische vragen stelt in plaats van nieuwe materialen de grond in te boren. Vragen zouden kunnen zijn: moeten we vasthouden aan fossiele plastics? Wat zijn de problemen met fossiele plastics? Waar kunnen de huidige en nieuwe generaties bioplastics bijdragen om zaken op te lossen? Hoe en waar passen ze in een circulaire economie? Niets van dit alles. Dit is ‘wetenschap’ op postzegelniveau.

    De bestuursleden van Holland Bioplastics werken voor NatureWorks, Biotec, Bio4Pack en Novamont. Een viertal bedrijven die al 15-20 jaar actief zijn op het gebied van Bioplastics. Geen van die bedrijven is ooit benaderd voor informatie. Dat zegt toch eigenlijk al genoeg.

    Tenslotte stel ik voor dat de bedrijven die interesse hebben om iets met bioplastic te gaan doen contact op te nemen met Holland Bioplastics. We kunnen ze dan doorverwijzen naar bedrijven en onderzoeksinstanties die wel een positieve houding hebben om ze verder te helpen.

    Holland Bioplastics